Anne komt stilletjes de trap op. Eenmaal boven geeft ze mij een slap handje, waarna ik haar naar de spreekkamer leid. ‘Wil je thee?’ vraag ik. Anne knikt. Als ik terug ben met twee mokken staat Anne nog steeds. ‘Plof maar neer hoor!’ roep ik jolig. Ze gaat geruisloos zitten. ‘Nou Anne, dat is wel duidelijk hè?’  Ik hang achterover en mijn armen bungelen over de leuning. ‘Wat bedoelt u precies?’ Fluistert ze. ‘Tjilp, tjilp, tjilp,’ roep ik op hoge toon. ‘Ik weet niet wat u bedoelt.’ ‘Tjilp, tjilp. tjilp!’ Nu wat harder. ‘Vind u mij een vogeltje?’ Vraagt ze geschrokken. ‘Dat vínd ik niet, dat bén jij nu eenmaal,’ zeg ik met een grote glimlach. ‘Ja, nou…dat is wel zo ongeveer wat ik wilde inbrengen…’ hakkelt Anne. ‘Wat?’ Vraag ik. Anne is stil en kijkt voor zich uit. ‘Wat wilde je inbrengen, onzeker vogeltje?’

Cliënten ‘doen’ vaak hun probleem al voordat ze een half woord hebben gezegd. Als provocatief coach kun je dat benoemen, leuker is het om zelf het probleem uit te spelen en niets te zeggen. Beelden blijven namelijk beter hangen dan woorden, vooral als ze flink aangedikt worden. Als provocatief coach zie je jezelf als instrument. Als de cliënt er baat bij heeft, dan is het goed. Je als coach voor gek zetten is part of the deal.

Na een aarzelconcert van Anne, stel ik de belangrijkste vraag die herhaaldelijk terugkomt in elke sessie: ‘Wat is je probleem?’ Anne recht haar rug. ‘Mijn probleem is…ehm…ik ben nogal verlegen…’ ‘Wauw, wat een eer!’ Roep ik. Ik spring op en zoek naar een stukje papier en een pen. Ik storm terug, kniel voor Anne neer en breng nederig mijn hoofd omlaag. ‘Mag ik je handtekening?’ vraag ik. Anne begint te lachen en pakt het stukje papier en de pen aan. Nadat ik de handtekening heb ontvangen spring ik een gat in de lucht, jubel wat en neem weer plaats op mijn stoel. ‘Wat een eer!’ herhaal ik met een grijns van oor tot oor. ‘Waarom een eer?’ vraag ze. ‘Verlegen mensen zijn superzeldzaam. Het is een uitstervende soort. Ein-de-lijk ontmoet ik een exemplaar in levenden lijve. Kun je je voorstellen hoe euforisch ik ben?’ Anne lacht en lijkt beduusd. ‘Dus Anne, bijzonder, zeldzaam, uitstervende soort… wat kan ooit het probleem zijn?’

Het probleem is niet alleen een stressfactor, ook het hebben van een probleem brengt stress met zich mee. Terwijl niets zo menselijk is als een probleem hebben! Het is prettig wanneer je je probleem kunt relativeren. Of beter nog: er om kunt lachen.

‘Maar verlegenheid is toch fantastisch!’ Roep ik vol enthousiasme. ‘Kijk, tegenwoordig gaat het allemaal om persoonlijke ontwikkeling, assertiviteit, je eigen mening verkondigen, ikke, ikke, ikke, ik walg ervan! Die gore, asociale individualistische maatschappij gaat ten onder aan navelstaarderij! En nu wil jij, net als al die andere schreeuwers om aandacht, meeblèren met de meute? Dat valt me even vies van je tegen.’ ‘Ik denk het eigenlijk wel ja,’ mompelt Anne. ‘Aha! Heel goed, dat twijfelachtige. Zo ken ik je weer.’

Vaak is het zo dat cliënten een probleem voorleggen dat niet het werkelijke probleem is. Vanuit reguliere coaching is de neiging meteen aan de slag te gaan met dat probleem. Een provocatieve coach graaft net zo lang door tot zij zeker weet dat de zere plek blootgesteld wordt. De cliënt moet als het ware zijn of haar probleem verkopen. Pas als de prijs bij het product klopt, gaat de coach er mee in zee.

‘Tja Anne, ik begrijp dat het best lastig kan zijn voor jou om zo verlegen te zijn. Maar als ik jou zo zie zitten met je slanke verschijning, onzekere glimlach, de haren strak naar achteren gekamd, snoepige oorbelletjes, coltruitje en laarzen van twaalf in een dozijn, dan zie ik het niet gebeuren.’ ze kijkt me vol ongeloof aan. ‘Ik ben hier toch niet voor niets gekomen?’ vraagt ze haperend. Een assertieve opmerking voor iemand als Anne. ‘Nee, dat niet. Ik ga je nu iets heel belangrijks vragen. Iets dat ik bijna aan al mijn cliënten voorleg. Meestal pas in de tweede of derde sessie, maar ik zal voor jou een uitzondering maken omdat je zo speciaal bent. ‘Je hebt nu eenmaal twee soorten mensen. Winnaars en verliezers. Drie keer raden waar jij bij hoort?’

Reguliere coaching heeft een onvoorwaardelijk positieve benadering. Dat is gezellig, maar niet altijd even effectief. Uit onderzoek is gebleken dat mensen met weinig zelfvertrouwen aanvankelijk het beste negatief benaderd kunnen worden. Ze geloven namelijk niets van positieve feedback, maar een negatieve benadering zien ze ook niet zitten. Hierdoor kan er veel sneller een ommezwaai in het gedrag ontstaan.

‘Anne,’ zeg ik, terwijl ik een hand op haar schouder leg, ‘Sommige problemen zijn er om op te lossen, maar meestal gaat het om acceptatie. Zoals in jouw geval.’ Anne schudt haar hoofd. ‘Niet?’ vraag ik. ‘Laten we er eens een gevalletje bij pakken uit het verleden. Vertel eens uitgebreid wanneer je voor de laatste keer op je werk dat verlegen gevoel ervoer, hoe dat precies ging en noem maar op.’ Anne begint te vertellen. Na drie zinnen besluit ik haar benen te gebruiken als tafeltje voor mijn voeten. Anne stopt met haar verhaal. ‘Vertel maar door,’ zeg ik ter aanmoediging. Anne gaat verder. Na tien minuten klaagt Anne over pijn in haar benen. ‘Geen probleem,’ zeg ik, ‘dan ga ik toch even verzitten?’ Ik leg mijn benen net even anders neer. ‘Vertel verder!’ Gebied ik. ‘Nu heb ik het echt gehad,’ zegt Anne vijf minuten later en ze klopt zachtjes op mijn benen. ‘Ik niet,’ zeg ik. ‘Nee, echt,’ zegt ze. ‘Vertel nog even verder joh, het werd net boeiend,’ probeer ik. Anne pakt mijn benen en legt ze voorzichtig op de grond neer. ‘Hè, hè!’ roep ik. Anne lacht.

Zoals genoemd is ‘het probleem doen’ een krachtig middel. Wanneer de cliënt de volgende keer bijna in haar valkuil stapt, herinnert ze een dergelijke interventie, omdat beelden krachtiger zijn dan woorden. Een schot in de roos is het fysiek ervaren van het probleem. Een kanttekening is wel dat de coach durft aan te dikken en tegelijkertijd niet over grenzen gaat.

‘Ter afsluiting gaan we nog even een heel leuk spelletje doen, Anne. En dat heet: Jij Kan Dat Niet. Een interventie om echt te leren loslaten en accepteren dat je nu eenmaal verlegen bent en daar nooit verandering in zal komen. Ben je er klaar voor?’ Ik zet mijn stoel tegenover Anne en zit zo dichtbij, dat onze knieën elkaar net niet raken. Mijn beide handen raken haar bovenbenen aan. ‘Jij kan het niet. Jij kan het niet. Jij kan het niet,’ zeg ik op steeds andere toonhoogten en met wisselende intonatie, terwijl ik met mijn handen op haar benen klop. Aanvankelijk weet Anne niet wat ze er mee aan moet. Maar hoe irritanter, luider en gekker ik de zin uitspreek, des te meer verandering treedt er op in Anne haar lichaamshouding en verbale reactie. ‘Ik kan het wel,’ fluistert ze. ‘Nee, jij kan het niet,’ zeg ik op bestraffende toon. ‘Wel!’ zegt ze even later. ‘Nee, jij kan het niet. Nu niet en nooit niet,’ zeg ik op besliste toon. ‘Ik kan het verdomme wel en ik ga het doen ook!’ schreeuwt ze uit het niets.

Twee weken later heeft Anne haar tweede sessie. Geruisloos komt ze naar boven, maar ze geeft een ferme handdruk. Ze draagt meer kleur dan de vorige keer. ‘Nou, onzeker vogeltje, wat is momenteel het probleem?’ begin ik. ‘Ik ben geen vogeltje!’ zegt ze, ‘en dat stomme spel mag je achterwege laten vandaag!’

Lucie Vriesema is provocatief coach in Haarlem. Check www.raak.coach of mail naar lucie@raak.coach